Sauna
Een sauna is een ruimte, waarin de temperatuur verhoogd wordt,
zodat het lichaam begint te zweten (een zweetbad).
Een bezoek aan een sauna is vooral voor lichamelijke ontspanning,
gezondheid en verbetering van het welzijn.
Traditioneel ook nog voor de lichaamsreiniging.
Tijdens een saunabad wordt de lichaamstemperatuur verhoogd tot wel
39 °C (een kunstmatige koorts).
Het lichaam reageert daarop door te gaan zweten. Het doel van het
zweten is om de temperatuur van het lichaam weer omlaag te brengen,
doordat warmte wordt afgevoerd.
Dit heeft verschillende positieve gevolgen. De kunstmatige verhoging
van de temperatuur werkt hetzelfde als bij een echte koorts.
De ziektekiemen, die het beste functioneren bij normale lichaamstemperatuur
en bij een verhoogde temperatuur in hun ziekmakende werking worden
gestoord,
worden op deze manier bevochten.
Bij de sauna is het dus een preventieve maatregel, wat helpt om
gezond te blijven. Als gevolg van de warmte met aansluitend het
koude bad ontspannen de spieren
en wordt gezorgd voor verlaging van de bloeddruk, verbetering van
de bloedcirculatie,
de stofwisseling en de ademhaling. Bovendien verhoogt het het welzijn.
Sauna is goed voor de huid en verlangzaamt de veroudering van de
huid.
In een sauna worden de bloedvaten vergroot; de doorbloeding van
de huid neemt toe.
Bij de afkoelfase verkleinen zich de bloedvaten,
waardoor ze getraind worden (vergelijk ook met het effect van wisselbaden
bij een zwelling). Het lichaam wordt zeer grondig gereinigd.
Oude en dode huidcellen worden makkelijker verwijderd.
Bij een zeer droge huid wordt de structuur door het opnemen van
water en het activeren van de zweetcellen verbeterd.